Paula Modersohn-Becker
Het Chabot Museum in Rotterdam heeft een overzichtstentoonstelling van het werk van Paula Modersohn-Becker, het enige lid van het rond de voorlaatste eeuwwisseling actieve kunstenaarscollectief van Worpswede dat springlevend is. Paula zelf stierf jong, in 1907, vlak na de geboorte van haar enig kind. Het 'moeder met kind'-motief speelt een belangrijke rol in haar werk en is waarschijnlijk uitdrukking van een lang gefrustreerde kinderwens. Otto Modersohn, haar man, schreef in een brief aan een vriend uit 1906: "... der schlimme Winter steigerte ihre Depression. Alles entspringt zum Schluss daraus, dass meine Frau bisher kinderlos geblieben ist, das hat sie gereizt und krankhaft gemacht" (Marina Bohlmann-Modersohn, Paula Modersohn-Becker. Eine Biographie mit Briefen, p.243). De kinderen in haar werk, geschilderd voor Paula's zwangerschap, zijn hoogstens twee jaar oud en meestal jonger. Stilistisch balanceert het werk op de grens van impressionisme, dat volgens Modersohn-Becker overwonnen moest worden, en expressionisme. De kinderen zijn nauwelijks individueel en veeleer uitdrukking van de emotie 'kind', als dat een emotie is. Af en toe doet het sterk denken aan het werk van Marlene Dumas, die even pregnante kinderportretten schilderde, zij het rauwer en dus minder teder.

Maar ook bij Paula Modersohn-Becker gaapt zo af en toe de afgrond. In enkele zelfportretten ontbreken de ogen. Helemaal aan het eind van de tentoonstelling in het Chabot Museum, op de derde en laatste verdieping, stuit de bezoeker op een tweetal monotypes. De laatste toont een zelfportret zonder ogen, afgedrukt op een pagina uit een krant en vervolgens gedeeltelijk overgeschilderd. De krant levert (toevallig?) één oog, waardoor het beeld half dood en half levend wordt. Het resultaat oogt zeer modern. Dit 'Zelfportret, de rechterhand aan de kin' is gemaakt in de zomer van 1906. De moderniteit die ik meen te zien berust vooral in het gebruik van de krant. Dit is een lachend en levend dodenmasker, een bevriezing in de tijd. De krant levert het tijdstip. Dit is, net zoals het leven, waarvan Paula Modersohn-Becker aan het eind opmerkte: "Wenn man nur gesund bleibt und nicht zu früh stirbt", en vooral net zoals Paula's moederschap, voorbij zodra het gebeurt. En het blijft.

Maar ook bij Paula Modersohn-Becker gaapt zo af en toe de afgrond. In enkele zelfportretten ontbreken de ogen. Helemaal aan het eind van de tentoonstelling in het Chabot Museum, op de derde en laatste verdieping, stuit de bezoeker op een tweetal monotypes. De laatste toont een zelfportret zonder ogen, afgedrukt op een pagina uit een krant en vervolgens gedeeltelijk overgeschilderd. De krant levert (toevallig?) één oog, waardoor het beeld half dood en half levend wordt. Het resultaat oogt zeer modern. Dit 'Zelfportret, de rechterhand aan de kin' is gemaakt in de zomer van 1906. De moderniteit die ik meen te zien berust vooral in het gebruik van de krant. Dit is een lachend en levend dodenmasker, een bevriezing in de tijd. De krant levert het tijdstip. Dit is, net zoals het leven, waarvan Paula Modersohn-Becker aan het eind opmerkte: "Wenn man nur gesund bleibt und nicht zu früh stirbt", en vooral net zoals Paula's moederschap, voorbij zodra het gebeurt. En het blijft.

