zondag, september 27, 2009

Alvin Plantinga


In Lollum geeft Jacob me twee boeken, voor mijn collectie Sluisiana. Jacob publiceert zoals normale mensen naar de kapper gaan: minstens vijf keer per jaar. Het meest imposant is de Hemsterhuis bibliografie, vol geleerde annotatie, maar het leukste is het boek over gevierde Friezen in Amerika. Daarin schrijft Jacob zorgvuldig en secuur over de Friese filosofen in Grand Rapids, Jellema en Plantinga. Over Jellema als inspirerende leraar en over Plantinga als filosofisch apologeet van het christelijk geloof. Zorgvuldig en secuur, en met liefde.

Alvin Plantinga nam een belangrijke plaats in op mijn literatuurlijst voor het hoofdvak godsdienstfilosofie, ruim drieëntwintig jaar geleden. Ik had zijn Nature of necessity gelezen en begrepen. Voor het begrip volstond een middelmatige kennis van de modale logica. Tijdens het tentamen, bij Huib Hubbeling in de tuin, spraken we over Sherlock Holmes. over de techniek van het tentamen doen, en over film. Of ik ook iets wist? Dat wist Huib al. Later noemde hij me een specialist op het gebied van de Plantinga approaches. Of ik iets wist? Ik ben het vergeten.

Ik heb Plantinga één keer ontmoet, op een tweedaagse conferentie aan de VU. Hij verontschuldigde zich voor het feit dat hij zijn gehoor niet in het Nederlands kon toespreken. Het enige dat hij wist was: "Heeft u nog van dat lekkere slagroomgebak?"

Later vertelde hij het verhaal van de solipsist die hij had ontdekt op een medische faculteit ergens in de VS. Een solipsist is iemand die denkt dat hij het enige is dat bestaat. Plantinga vroeg de secretaresse van de collega of hij de man mocht spreken. Ze stemde toe, maar maande Alvin tot zorgvuldigheid, want, zo zei ze:

"If he goes, we all go."

2 Comments:

Blogger Nils von der Assen said...

Leuk. Die ken ik nog van een godsdienstles, járen geleden! ;)

2:15 p.m.  
Anonymous Jaap said...

Ik ken hem ook; jouw blog van 9 november 2008.
(Teruggevonden in mijn bestand anecdotes.)

10:44 a.m.  

Een reactie plaatsen

<< Home