maandag, juli 13, 2009

Zwarte ster

Geef me vijf minuten om me uit de voeten te maken, zegt de taxichauffeur die ons bij het autoverhuurbedrijf afzet. Ik had hem verteld dat ik voor het eerst van mijn leven in een rechts gestuurde auto ga rijden. De auto blijkt een gitzwarte sportieve uitvoering van de Vauxhall Astra. Opel zouden wij zeggen en dat klinkt al een stuk profaner.

Half Edinburgh is op de schop genomen. Je hebt hier omleidingen met een omleiding. Dat we onze route vinden is een wonder. Het schakelen met de linkerhand blijkt een fluitje van een cent, maar het rechts zitten is heel merkwaardig, al maakt het het links rijden een stuk logischer. Het zweet staat me op de rug, maar eigenlijk gaat het prima. We zijn de stad nog niet uit of Willemijn zegt: hé hé, in je neus peuteren tijdens het rijden is pas op dag drie."

zondag, juli 12, 2009

Simon Vinkenoog


De dichter is dood. Wat zegt de dichter?

Poëzie is geen afleiding. Zij kan niet opgeroepen worden troost te bieden, hoe zwaar ook de tijd.
Wij die de Stam tot dansen willen oproepen, die op stamfeesten zingen, de Koning kalmeren (in goede tijden) en dan terugkeren naar onze bergen, onze tuinen, of de haard, moeten altijd toegeven aan wat de geheimen van deze kunst beslissen.
Vooral in zware tijden, beslist deze kunst, is er niets te doen behalve volkomen juist verslag uitbrengen van wat wij dachten te zien.
Of laten wij het zó zeggen: Als de Stam weigert te dansen, kan de dichter slechts bezorgd zijn, toekijken en waarschuwen.


Simon Vinkenoog, die een prachtige webstek bijhield, ondertekende elke bijdrage met zijn naam, gevolgd door telkens een andere toevoeging.

Simon Vinkenoog,

qualified investigator
eeuwige betweter
buitenvetter
paradijsvogel

zaterdag, juli 11, 2009

Vakantie


Vandaag belde André. Ik merkte op dat zijn vakantie alweer bijna voorbij is. Hij heeft nog maar zes weken. Jammer.

Als er één fantasie is, hoe kinderachtig ook, die ik verwezenlijkt zou willen zien, is het die van het totaal gememoreerde moeiteloze snelle leven. Ik bedoel dit: Je benut minuten alsof het uren zijn, met de energie die bij minuten hoort. Je kunt dan in een minuut net zoveel doen als normaliter in een uur, maar met het energieverbruik van de minuut. Het lezen van Oorlog en Vrede duurt twintig minuten en je verliest geen moment je concentratie. Wat er nog bij komt: je kunt het onthouden. Wat staat er op pagina tweehonderdvierendertig derde regel van onder? Kom op zeg, dat weet toch iedereen.

Zeven weken vakantie. Ik zou Oorlog en Vrede kunnen lezen. De tijd gedraagt zich anders in augustus. De tijd is je vriend en wordt dan langzaam of eigenlijk best snel een verbeten vijand. Ik ben op pagina dertig. Weer niks gedaan.

Ik vind de vakanties in het onderwijs wat aan de korte kant.

vrijdag, juli 10, 2009

Abstract


Met Caspar, die de kunstboeken komt terugbrengen die hij voor zijn voortreffelijke profielwerkstuk over de iconografie van de annunciatie heeft geleend, heb ik het over schilderkunst. We houden beide zeer van Vlaamsche primitieven en van de renaissance, maar mijn even grote liefde voor de abstracten van de afgelopen eeuw kan hij niet delen. Ik haal een boek over Rothko uit de kast en betoog dat je via een reproductie ook niet van zo'n schilderij kunt houden omdat je er niets van ziet. Caspar merkt op dat ik probeer om hem te bekeren. Hij heeft gelijk.

Op het beeldscherm bekijken we Picasso's Guernica en Van Eycks Rolin Madonna. Ik vertel dat Willemijn en ik in realistische schilderkunst vaak details waarderen alsof het kleine abstractjes zijn. Op goed geluk isoleer ik met het schermafbeeldingsdingetje een fragment van de mantel van de Madonna. Ziedaar: een geslaagd abstract schilderij waaraan je kan zien dat het met meesterhand bij elkaar is geverfd. Als je het totaal waaruit het is genomen niet kent moet je toch zeggen dat het een mooi doek is.

Natuurlijk moet je zeggen dat ook realisme een conventie is, bijeengegaard uit op zichzelf abstracte vegen verf. Maar wil je dat ook zeggen? Bestaan er realismen? Wat precies maakt ze realistisch?

woensdag, juli 08, 2009

Sorghvliet


Gisteravond was ik op de Mets, kort voor metselaars. Er waren geen metselaars. Ik kreeg accuut heimwee naar de Drentse boeren waar ik jaren tussen heb gewoond. Die zeiden ook niets, maar hadden daar niet zoveel woorden voor nodig.

Er was iemand die iets opmerkte over mijn onvolprezen school en daarbij sprak van het Sorghvliet. Ik lachte beleefd maar mijn arme ziel kreeg accuut een steekje in de zij. Ik denk dat mijn ziel een gevoelig miltje heeft, maar misschien komt dat omdat Maurits maar steeds bier bleef halen.

Ik werk op Sorghvliet, desnoods op Gymnasium Sorghvliet. Ik ben toch ook niet de Frank. De Blaak dat wel, maar dat is iets heel anders. We zijn het Barlaeus niet!

dinsdag, juli 07, 2009

Bedankt John!


Wie heeft er nou behoefte aan vijanden als je jezelf al hebt? Beetje mee gekregen, het nieuws uit Alaska? Mevrouw de gouverneur, de voormalige kandidaat voor het vice-presidentschap, heeft zich teruggetrokken uit het ambt. Sarah Palin deed dat in een speech waarin ze meerdere keren verwees naar justitioneel onderzoek dat tegen haar wordt voorbereid. Ik heb echt niet met mijn hand in de koektrommel gezeten! Bovendien, van mij vind je echt geen vingerafdrukken op de koektrommel, want ik had handschoenen aan!! De speech werd bij elkaar gehouden door uitroeptekens die allemaal tegen de spreker werken. Echt, eeehh, echt niet bedoel ik. Of zoiets. Ik ben de draad een beetje kwijt.

Op het oog lijkt het allemaal een volstrekt pathetische voorbereiding op een gooi naar de nominatie voor 2012. Maar over een maand of twee vliegt de stront al rond, mark my words. Een zekere Romney, Mitt Romney, hoort bij de mestgaarders. Geef hem eens ongelijk, de gladjakker.

De blonde, charmant bebrilde, vleesgeworden incompetentie heeft ondertussen ook een vader, laten we dat vooral niet vergeten De vader van Sarah Palin, die blonde charmante bebrilde karikatuur waarvoor de wereld zo eenvoudig bewaard had kunnen blijven, de bedenker van al die onzin, oh wat zal hij een spijt hebben gehad, de wijze verstandige door de wol geverfde grand signeur van de senaat, de brokkenpiloot, de held van Hanoi Hilton, laten we hem dankbaar zijn. Voor de bom die hij onder zijn toch al failliete partij heeft gelegd.

Bedankt John, you're my hero!

maandag, juli 06, 2009

Laver


Van alle prominente aanwezigheid vond ik gistermiddag die van Rod Laver het meest ontroerend. Laver zat naast Bjorn Borg, de tennisheld van mijn jeugd. Ik keek naar de eindeloze trage partijen met mijn vader, die elk jaar wel een keer opmerkte dat Rod Laver pas een waarlijk grote tennisser was. Ik heb Laver nooit zien spelen. Maar daar was hij opeens, in de royal box, de held van mijn vader.

Verder deed de slopende partij me denken aan de grap van de twee tennissers die in de vijfde set zo vermoeid raken dat ze de opslag niet meer over het net kunnen tillen. Elke service wordt gebroken en de cijfers rollen van het bord. Nee, zo was het niet, in tegendeel. Zoals Federer zei: ik had het gevoel dat we nog uren zo door konden gaan.

zondag, juli 05, 2009

Geen gedicht


Er zijn twee-en-vijftig weken in een jaar. Vijf van die weken zijn proefwerkweken. Van de resterende zeven-en-veertig zijn er zeker dertien vakantieweken. In de resterende vier-en-dertig is er in principe een gedicht van de week. Nu even een week of acht niet. Ik zeg het maar even.

Hoe schrijf je eigenlijk één-en-twintig? Zo niet! Ik ben te lui om het op te zoeken. De grote dundruk Van Dale staat bij mijn linkerhand. Who cares!

zaterdag, juli 04, 2009

Natuur


In de vaart langs de Loosduinseweg drijft een paar futen. Vier of vijf kindjes ter grootte van een luciferdoosje drijven eerst mee om zich dan veilig terug te trekken op de rug van moeder. Of is het de vader? Ik weet het niet. De fuut stond niet in mijn lijstje van geziene vogels, vroeger, toen ik er nog aan deed.

Toen ik een jaar of veertien, vijftien was ging ik nog wel eens heel vroeg in de ochtend de madelanden tussen Westenesch en Noordsleen in om vogels te kijken. Ik zag de onvolprezen wulp, de grutto en heel veel kwikstaartjes. Ik hoorde de geelgors, die zich verstopte in de lage houtwallen tussen de akkers. Ik had een boekje waarin ik met een vette stip bijhield welke vogels ik had gezien. In het bos schuilden de tjiftjaf en de fitis. Aalscholvers bestonden nog niet. Ook de fuut was een zeldzame stiploze vogel.

Nou, de fuut staat inmiddels met stip op acht. Nee, dit was bepaald niet mijn eerste, daar in die vaart. Je ziet ze de laatste tijd meer en meer, want het gaat heel goed met de vogelstand in Nederland. Maar het was wel de eerste in een vervuilde vaart in een grote stad.

Ik heb in mijn leven vijf vossen gezien waarvan vier in Den Haag. Maar het kan nog erger: ooit ging het personeelsuitje naar de Hoge Veluwe, om herten te zien. Tevergeefs, de hele dag was er geen gewei te bekennen. Terug bij de school, nog net in de bus, zagen we reeën scharrelen in de bosjes aan de overkant van het plein. Wat is natuur nog in dit land? Hoezo?

Kwintje


Vierendelen is leuker dan vijfendelen. Helaas, de komst van de euro maakte een einde aan het kwartje, aan de knaak, aan het biljet van vijfentwintig en, wat het ergste is, aan de onvolprezen vuurtoren. Het was een rare gewoonte, dat denken in kwarten. De meeste vreemde valuta hebben een munt met waarde twee alsmede een biljet van twintig. Dat wij dat tot vlak na de oorlog ook nog hadden, dat is vergeten. Wij betreuren het kwartje, alsof het nooit anders is geweest.

Gisteren herinnerde Lonneke me aan haar actie ter bevordering van de term kwintje. Het is een mooie vondst die direct op zijn plaats valt. Hoe zou je een munt van twintig cent anders moeten noemen? Natuurlijk, een kwintje. Zegt het voort.

vrijdag, juli 03, 2009

Hawkeye


"Turn it off!. It is wrong" riep John McEnroe op Wimbledon, lang geleden. Zijn woede was gericht tegen Cyclops, een elektronisch systeem dat bepaalde of een service in was of niet. Tegenwoordig is er Hawkeye. Iedereen gelooft er heilig in. Behalve Roger Federer.

Je zou zeggen dat zo'n systeem dat op de millimeter laat zien of de bal wel of niet de lijn raakte helemaal precies is. Had je gedacht. Hawkeye heeft een gemiddelde afwijking van 3,6 millimeter. Pardon, gemiddeld? Ja, de fout kan oplopen tot bijna een volle centimeter.

Het kan best zijn dat die mate van precisie die van het menselijk oog verre overtreft. Maar de zekerheid die zo'n vertraagd filmpje van een balvlucht met inslag op of naast de lijn uitstraalt, is gebaseerd op gebakken lucht.

woensdag, juli 01, 2009

Volbracht


Zojuist heb ik het allerlaatste proefwerk gecorrigeerd. Rare term, gecorrigeerd. Je streept aan wat fout is, telt op wat goed is en plakt er een cijfer op. Het is goed gemaakt.

Nakijken is ongeveer de zesde cirkel, maar op het eind van het jaar naakt de verlossing en valt het mee. Blijmoedig constateert de docent dat de cijfers er niet zoveel meer toe doen. Er zijn er al vier, en het vijfde cijfer verandert bijna nooit iets aan het eindoordeel. Als ik nu nog boekverslagen of ander werk met een beetje bandbreedte zou moeten nakijken keek ik alleen marginaal na; Aha, Marietje, ongeveer een acht, ziet er netjes uit, even vier seconden lezen, ja een acht, dacht ik het niet.

Maar ik kijk wiskunde na, en dat is controleerbaar. Het jeukt me niet meer, want het is af, Nog wat ruis en we gaan weg, per KLM, naar Edinburgh.

Applecross, here we come.

dinsdag, juni 30, 2009

Klompen


Het mooist zijn de gesluierde vrouwen. Ze hebben ontdekt dat je aan de klompenfabriek een piepklein paar klompjes kunt ontfutselen door een euro in een kastje te gooien. Kraaiend van plezier zien ze toe hoe het cadeautje in een vrachtauto valt die dan zo langzaam komt langsgereden dat je het uit de open laadbak kunt pakken. Acht moslima's met kleine klompjes.

Terwijl Reijer naar de treinen staart ontdekt Herman de melkfabriek. Kijk snel in het boekje, welke fabriek is dat. Ik lees: de melkfabriek van Madurodam. Wat, zegt Herman, is er in Madurodam een melkfabriek? We speuren om ons heen. Nee, nergens een melkfabriek.

Natuurlijk bedenken we nu het Madurodam-Droste-cacaoblik-effect: Ergens in Madurodam zou Madurodam afgebeeld moeten zijn, met in dat kleine Madurodam een nog kleiner Madurodam dat ... en zo verder enzovoorts.

maandag, juni 29, 2009

Birds


Vanmiddag, op het lage dak van het pannenkoekenrestaurant in Kijkduin, zit de mantelmeeuw geduldig af te wachten. Nauwlettend houdt hij het gedrag van de mensen op het terras in de gaten. Zodra het veilig kan stort hij zich naar beneden op de resten van een maaltijd. Glazen omverwerpend landt de grote vogel op een bord en begint te pikken dat het een aard heeft. Als hij verstoord wordt door beweging in zijn constant spiedend oog vliegt hij ijlings weg.

De vogel beschrijft een grote bocht, keert terug, hangt even bijna stil boven zijn plek op het dak, en landt met de vleugels klapperend op de rand. Een helikopter is er niets bij. Kauwtjes maken zich uit de voeten. Opnieuw kijkt hij spiedend rond en stort zich dan vier tafels verder op een groot stuk pannenkoek. Met een halve kilo voedsel in zijn snavel vliegt hij gebrekkig weg, landt op de boulevard en wordt meteen bestookt door kauwtjes en andere meeuwen. Nu is de vogel te groot. De kleineren zijn snel en gaan er met de buit vandoor.

In Kijkduin overlijden vogels aan hartvervetting.

zondag, juni 28, 2009

Beroemde doden


Je zult maar Farrah Fawcett heten. In mijn tijd zat er nog Majors achter geplakt, want ze was getrouwd met de man van zes-miljoen. Dat het uitraakte ging aan ons voorbij. Farrah was ook niet zo interessant. Voor vergane glorie rest slechts de glans van de necrologie. Nog even in het nieuws. Hoe leuk mooi lief en tragisch je wel niet was. En dan: zand erover.

Prokofiev stierf op dezelfde dag als Stalin. Slecht getimed Sergei.

We bespreken ons kleine gelijk: totaal oninteressant, die Jackson. "Ik hoorde 's-morgens dat hij dood was en het deed me niks" zegt Hanneke. Ik schep op: "Ik wist de avond ervoor al dat hij dood was."

"Goh", zegt Liesbeth, "ik wist vijf jaar geleden al dat hij dood was."

Zuur


Je kunt het ook overdrijven. Vannacht drong het onbewust voortwoekerende gedoe over de haring mijn luid ronkende bewustzijn binnen. Of ben je niet bewust als je droomt?

Er was een soort van feest. Er waren bekenden en onbekenden. Nou Blaak, gezellig, kom eens to the point! De discussie ging over zure haring en of dat lekker kon zijn. Natuurlijk riep iedereen van niet. Ik protesteerde zachtjes.

Er was een kok in het gezelschap. Hij lachte fijntjes en zei: "Wacht maar eens even." Daar was hij al terug met een drietal visgerechten op een bord. We gingen proeven.

Ha, ik had hem door. Het was allemaal niet om te vreten, maar er was er eentje bij die nog dragelijk was. De licht zure nasmaak verraadde dat dit de culinair opgepoetste zure haring moest zijn.

Toen ik mij in mijn gelijk wilde wentelen lette er al niemand meer op.

zaterdag, juni 27, 2009

Pepijn

Aan de kassa van theater Pepijn staat een meneer. Hij komt kaartjes halen. De kaartjes heeft hij betaald. De mevrouw achter de kassa kan in haar computer geen bevestiging vinden van een overschrijving. De meneer vraagt vriendelijk hoe we dat gaan oplossen.

De mevrouw, die op dit punt al zou moeten beginnen met professionele verontschuldigingen, begint te zuchten en zegt dat ze het gesprek graag fatsoenlijk wil houden. Krakend breekt de klomp aan mijn rechtervoet. Wat zei ze daar zojuist?

Bij de meneer breekt nog niets. De meneer is de rust en het fatsoen zelve. De mevrouw veronderstelt dat hij dan wel een kopie van een bankafschrift bij zich zal hebben.

Krak. Linkerklomp overdwars gespleten.

Nee, dat heeft de meneer niet. Joh, wat vreemd. Je moet natuurlijk wel altijd je bankafschriften bij je hebben, anders wordt het een gekkenhuis.

De mevrouw zegt dat hij moet betalen. Haar klantonvriendelijkheid wordt nu echt agressief van toon. Ik kan het niet laten om me er mee te bemoeien en zeg dat die meneer dan natuurlijk wel een bonnetje krijgt.

De meneer betaalt en krijgt geen bonnetje. De meneer vraagt wel degelijk om een bonnetje. De kaartjes, dat zijn de bonnetjes, goed bewaren. Mevrouw, zegt de meneer nu met stelligheid, ik krijg van u een bonnetje. Woedend grijpt de mevrouw een velletje papier, kladt er wat op en werpt het over de balie. De meneer neemt het aan en vraagt de mevrouw er haar naam onder te zetten. Ze weigert categorisch.

Ik kan het opnieuw niet laten me ermee te bemoeien en merk op dat de meneer tot nog toe buitengewoon vriendelijk en fatsoenlijk is geweest hoewel hij buitengewoon onfatsoenlijk en agressief werd behandeld. De mevrouw gilt me toe dat ik me er niet mee mag bemoeien.

De meneer wordt nu boos en onverzettelijk. U gaat nu uw naam opschrijven en wel zo dat het leesbaar is. De mevrouw weigert tot drie keer toe, maar de meneer gaat nu echt niet meer opzij. Uiteindelijk krast ze haar naam onder het papier.

Theater Pepijn, als er iemand meeleest, jullie weten vast wel of deze mevrouw tijdelijk ontoerekeningsvatbaar is of permanent. Hoe dan ook, dit kan je klanten echt niet aandoen.

donderdag, juni 25, 2009

Luchtbed


Van nature ben ik een primitief kampeerder. Ik heb gekampeerd in januari, met 's ochtends sneeuw op de tent. En in november, in Drenthe, bij dertien graden vorst. Ik denk nog steeds dat ik een goede kans maak als de stroom een jaartje uitvalt.

Vandaag kocht ik een luchtbed en besprak ik een camping met warme douches. Het luchtbed is een extra bed in huis, voor gasten. De lucht komt uit het stopcontact want er is een pompje bij. Ja, zelfs het twaalf volts snoertje is meegeleverd.

Over minder dan drie weken vliegen we naar Edinburgh, huren daar een auto met het stuur rechts en de pook links, en kopen extravagante kampeerdingen. Twee stoeltjes. Campinggas. Kussens voor onder het hoofd. Omdat alles in die auto past.

Tot nog toe kampeerden we met matjes. De eerste nacht slaap je wat houterig, maar daarna gaat het wel. De kleding des daags ligt in de nacht opgerold onder je kop.

Not anymore! Kussens. Een luchtbed dat zich opblaast via de aansteker van de auto. Het moet niet gekker worden. Worden we oud?

Dat zou leuk zijn!

woensdag, juni 24, 2009

Smeltende resten


Luister, ik ga niet zeggen dat ik een kok ben. Maar, echter. Volgens mij is het volgende nooit eerder bedacht:

Men neme een pot zure haring waaruit alle haring is weggevorkt. Er rest een zuur waterig sapje met bijna glazige stukjes ui en geel-witte zaadjes. Is het mosterdzaad? Dat zou zomaar kunnen.

Men neme tevens een koekepan zonder tussen-n waarin kort geleden kruidige worstjes zijn gebakken in ruim boter. De worstjes zijn een beetje gebarsten waardoor de boter enigszins is gecontamineerd. Het overtollige vet is vervolgens gestold in de pan.

Met neme ten derde een brood van kwaliteit, zacht van binnen en hard van buiten en vooral met smaak van zichzelf, een beetje donker, een vol beetje koren.

Ga nu alsvolgt te werk:

1. Zorg dat het na middernacht is.
2. Zorg voor trek, hartige trek.
3. Ontsteek de vuren.
4. Bak de uiige resten uit de pot haring op hoog vuur in de pan met het overtollige vet.
5. Snijd flinterdunne plakjes van het brood en bak deze mee zodra de ui bruinig wordt.
6. Voeg een vleugje zout en een vermoeden van peper toe en laad het geheel uit de pan op een bord.
7. Vraatzucht!!

En dan naar bed.

dinsdag, juni 23, 2009

Blik, heel even


De jonge onervaren priester stelt zich veel voor van zijn eerste cathechesatie. Hij gaat de kinderen van het bemodderde dorp dat hem als eerste parochie dient voorbereiden op de eerste communie. Hier heeft hij zojuist een vraag gesteld. Cathechismus is bevragen. Er is maar één antwoord goed.



Het meisje dat de beurt heeft gekregen heeft geen flauw benul waar de niet onvriendelijke meneer het over heeft. Ze kijkt naar hem op met een blik waarin hulpeloosheid en schalksheid om voorrang strijden. Hij heeft een vraag gesteld. Waar gaat het over? Wat te doen?




Ze slaat de ogen neer. Op hetzelfde moment gaat ze zitten. Veilig terug naar het klasje waaruit ze noodgedwongen is opgestaan. Het neerslaan van de ogen en het gaan zitten gebeuren in dezelfde halve seconde. We zien het duren.





Maar in de beweging slaat ze opnieuw de ogen op naar de man in het zwart. Het is een verrassende oogopslag die duurt totdat ze zit en dan nog even doorgaat. Een onverwachte blik die de korte scène opeens menselijk en geloofwaardig maakt. Dat gevoel wordt krachtig ondersteund door de lyrische en in toon alleen maar stijgende muziek die nu begint.





Nu zit ze en bijt ook nog op haar lip. De blik omhoog duurt voort. Ze wist het niet, dat vreemde onbegrijpelijke antwoord. Wat denkt de jonge man, die voor haar zo oud is in het zwart er wel niet van?






Kijk naar zijn blik. Hij is teleurgesteld, maar zal het haar niet laten blijken totdat hij het meisje dat het wel weet een "extra punt" geeft en het dus niet meer over haar gaat.

In een boek heb je er een halve pagina voor nodig. Op toneel moet je de blikken ernstig uitvergroten tot ze bijna handeling zijn. Alleen in muziek en poëzie lukt het misschien om zo subtiel te zijn in zo'n verbluffend korte tijd. Film op zijn best is poëzie. Er kan geen seconde van gemist worden, geen woord, geen ademtocht. En net als poëzie is het steeds opnieuw precies hetzelfde en steeds weer anders.

Film op zijn best is de subtiliteit van een oogopslag. Film is een vorm van humanisme.

(stills uit Journal d'un curé de campagne van Robert Bresson (Frankrijk 1951))