dinsdag, juni 16, 2009

Cacaoblik


Mijn mentorklas balt op het strand. Ik bal een beetje mee. De zon schijnt op mijn kale kop. Ik leer het nooit. Weer geen hoofddeksel meegenomen en dat terwijl ik in Brussel van Michiel zonet nog een mooi hoedje kreeg.

In het winkelcentrum naast het Kurhaus is een winkel open met spotgoedkope petjes. Bij het verlaten van het complex voeren roltrappen tussen spiegelwanden door. Ik kan mijzelf hondervoudig bewonderen. Een lange rij petjes vult de ruimte.

Wij hadden thuis in de badkamer in Emmen een kastje met drie spiegeldeurtjes. Wanneer je er twee tegen elkaar openzette en je oog vlak tegen de zijkant van zo'n deurtje hield keek je in een eindeloze diepte. Ik kon daar tijden lang mee bezig zijn.

Terug op het strand bewonderen de meisjes mijn petje. Eén merkt snedig op dat ze voor de nieuwste zomerkleuren zelf ook altijd naar Van Haren gaat. Gymnasium klas twee. Niet lang meer.

2 Comments:

Blogger Suzanne said...

Ah, zo'n kastje hadden wij ook. Toen ik klein was ging op een krukje zoeken naar mijn achterhoofd. Ben nooit zo handig geweest met spiegels...

11:36 a.m.  
Blogger Laura said...

Inderdaad wij hadden dat ook! Ik kon uren bezig zijn met manieren vinden waarop het echt nooit meer eindigde en ik wel ernaar kon kijken, mijn hoofd zat er vaak voor. Irritant.

4:26 p.m.  

Een reactie plaatsen

<< Home