donderdag, december 20, 2007

Rembrandt fecit


Mijn goede vriend Jacob vindt Mozart een heel matig componist. Een deuntjes schrijver. Jacob begrijpt er helemaal geen moer van, maar heeft natuurlijk wel recht op zijn ongelijk. En een stevige opinie is op zijn minst interessant. Ik herinner me een avond waarop Jacob zelfs aan de poten van de grote JSB begon te zagen, maar laat ik daar verder niet te diep op ingaan.

Ik vind Rembrandt een prutser. Tenminste, ik dacht dat ik dat vond, of vond het op zijn minst wel stoer om zo af en toe te roepen dat Rembrandt natuurlijk gewoon een vervelende overschatte broodverver is. In Wenen zag ik een drietal zelfportretten dat mijn opinie deed wankelen. Vandaag in het Mauritshuis kreeg ik gelijk en heel erg ongelijk.

Het gelijk zit hem in dat licht; man man, wat ben je toch eigenlijk een opschepper: kijk hem nou eens in de weer met die wereldberoemde theatrale belichting. Ik vind het eigenlijk helemaal niks. Nou ja, helemaal ... In de anatomische les is het ook overdreven maar werkt het tenminste. In al die portretten kan je best wat normaler doen. Het is een briljante gimmick die gaat vervelen.

En nu de kunstkenners hoofdschuddend zijn afgehaakt; het ongelijk. Het heel erg ongelijk blijkt uit een fenomenaal doek dat ik nog nooit gezien had, ook niet op plaatjes in een boek. Het gaat om 'Scheepsbouwer Jan Rijcksen en zijn vrouw Griet Jans' uit 1633. Hier heeft de meester geen overdreven belichting nodig. Wat elders eigenlijk ook steeds aanwezig is blijkt hier daarom des te overtuigender: Rembrandt schildert mensen waaraan elke symboliek ontbreekt. Allerindividueelste koppen zijn het. En wat nog meer is: ze zijn bijna bevroren in een volstrekt natuurlijke handeling. Bijna bevroren, want als je goed kijkt zie je dat ze een heel klein beetje bewegen. Het paar past keurig in het kader van de lijst, maar het onzichtbare kader van het moment, daar trekken ze zich veel minder van aan. En dat is briljant. Zeker voor een prutser.

Labels:

woensdag, december 19, 2007

(Uit de verte)

In het Mauritshuis, op de eerste verdieping, in de Vermeer-zaal. Er zijn ongeveer twintig mensen verzameld, de meeste met pensioen, en allemaal met een koptelefoon op het hoofd. De hoofden kijken ingespannen naar de schilderijen die er toe doen. Hun blik wordt gestuurd door de stem uit de oortjes. De stemmen samen vormen een vreemd koor, een gemurmel dat net niet verstaanbaar is voor wie geen stem draagt. Een koor op afstand. Als het muziek was zou er in de partituur staan: '(uit de verte)'.
Het enige andere geluid komt uit twee opgewonden Japanse meisjes. Ze hebben de film gezien, het boek gelezen, en staan nu eindelijk oog in oog met het meisje met de parel. Ze kwetteren zachtjes en luisteren dus niet naar de moedertaal die uit de oortjes komt. Ze hebben geen enkele behoefte aan informatie. Ze zijn gewoon blij. En dat klinkt al een stuk beter.

Labels:

maandag, december 17, 2007

Paul Noble - Egg (2004)

In de collectie nieuwe aanwinsten van het Boijmans treffen we een enorm wit ei aan. Gerhard en ik inspecteren het ding. Ik zoek eerst de naad die er niet is, en bekijk dan de potloodtekeningen. Het ei is een stripverhaal, volgebouwd met plaatjes van vijf bij tien centimeter. De kaders tussen de plaatjes zijn breed en organisch, en in de plaatjes zelf gebeuren merkwaardige dingen met merkwaardige beesten. We grijnzen. De kleine, al wat oudere dame in suppoostpak grijnst ook. Ik vraag haar of er ook mensen zijn die het ei helemaal lezen. Nee, die zijn er niet. Ze wijst ons op de onderkant van het ei, waar de plaatjes schunniger worden. Gerhard en ik buigen ons diep voor het ei, en inderdaad, lager bij de grond gebeuren er hele rare anale dingen. Of is het een cloaca waaruit al die beesten naar buiten komen stulpen? Het ei is een grap van een meter hoog, zorgvuldig en liefdevol gemaakt door een prettig gestoorde. Het is eigenlijk het leukste van de hele tentoonstelling. Al was het maar omdat ik nog nooit eerder zo'n enthousiaste suppoost heb gezien.

Labels:

vrijdag, december 14, 2007

En met Johanna als Flora


Ooit, in het Uffizi, deden we gewoontegetrouw het spelletje 'wie mag mee naar huis'. We scoorden ongeveer 65%. Dat is heel hoog voor een huwelijk. 'Wie mag mee' is een prettig spelletje om museumbezoek mee af te sluiten. Je gaat alles nog eens bij langs, en beslist in elke zaal zo snel mogelijk welk schilderij thuis aan de muur mag hangen. Willemijn en ik zijn het opvallend vaak eens. Als er geen Rothko hangt kiezen we voor het kleine, of het subtiele, maar als er niets kleins of subtiels is gaat het nog wel eens mis. In de zaal met de Botticelli's ging het mis. Stel je het volgende voor: een zaal met twee gillend beroemde schilderijen van Botticelli, 'De geboorte van Venus' en 'Primavera', een Leonardo en een triptiek van Hugo van der Goes. Willemijn koos de 'Primavera' van Botticelli. Ik viel volledig voor het triptiek, dat de aanbidding door de wijzen voorstelt:




Ik heb niet heel veel met Botticelli en wel heel veel met alles wat uit Vlaanderen komt voordat Rubens ging verven.
Ik moest vorig weekeinde aan ons Florentijnse spelletje denken. Ik keek naar de prachtige jeugdfilm 'Mariken', die ik al vaak half maar nog nooit heel had gezien. Willemijn keek een kwartiertje mee. En toen Johanna ter Steege in beeld schoof als verveelde gravin merkte ze op: "Het is Flora, Botticelli's Flora." En dat is het precies. Er is bij mijn weten nog nooit een schilderij verfilmd, maar voor de bewerking van Botticelli's 'Primavera' komt maar één actrice in aanmerking:


Labels: