maandag, april 13, 2009

Euthyphro


Socrates is in gesprek met Euthyphro, die zijn vader gaat aanklagen wegens moord op een moordenaar.
Joh, zegt Socrates, dan ben je zeker wel heel zeker van je zaak, als je je vader laat straffen door het gerecht. Jij weet vast wat vroomheid is.
Inderdaad, zegt Euthyphro.
Nou, zegt Socrates, dan kan jij me wel uitleggen wat dat is, vroomheid.
Tuurlijk, zegt Euthyphro.

Je hoeft niet veel Plato te kennen om te voelen hoe de val hier open wordt gezet. Euthyphro loopt er met open ogen naar binnen. Zijn eerste definitie van vroomheid is geen definitie maar een voorbeeld.
Zijn tweede definitie is dat wel maar sneuvelt direct: Vroom is wat de goden behaagt. Maar de goden maken toch de hele tijd ruzie? Ja, dat moet Euthyphro wel toegeven. Socrates schiet te hulp: dat wat alle goden behaagt, dat is wat vroom is. Euthyphro stemt toe, dat moet het zijn, dat ligt voor de hand.

En dan komt Socrates met een verrassende en moderne wending: Wordt het vrome door de goden bemind omdat het vroom is, of is het vroom omdat het door hen bemind wordt?

Het antwoord is volstrekt duidelijk: de goden doen er niet toe. Vroom gaat voor God. De moraal kan heel goed zonder de theologie.

Socrates is de eerste atheist. En Plato, gezegend zij zijn naam, is zijn profeet.

1 Comments:

Anonymous Jaap said...

Dank voor de aangever van mijn eerste schaterlach van vandaag.
'Plato -gezegend zij zijn naam-' dat deed het hem.

11:11 a.m.  

Een reactie posten

<< Home