woensdag, december 19, 2007

4 luni, 3 saptamini si 2 zile


Je moet niet te snel roepen dat [stippeltje stippeltje] de beste film [van het jaar, van het decennium, van de eeuw, van het millennium, van het vorige en huidige millennium, ooit] is, zeker niet als je net de bioscoop uitkomt. Nee, ik doe het niet. Ik ga helemaal niets zeggen over '4 maanden, 3 weken en 2 dagen' van de Roemeense regisseur Cristian Mungiu (geprezen zij zijn naam). Ik zou ook niets kunnen toevoegen aan de volmaakte recensie van Bas Blokker in NRC. Die recensie, die je moet lezen, vind je hier. Klik op de link. Heb je al op de link geklikt? Ik meen het! Het moet. Doe het nu en kom dan eventueel maar terug. Klik. Nu!
Gelezen? Goed he! Dit is echt de beste recensie van het heelal. De film is ook best aardig.

Labels:

dinsdag, december 18, 2007

Acteren

In de glad gemaakte wegwerpfilm 'Fracture' speelt Anthony Hopkins een treiterige moordenaar die in de rechtszaal zijn eigen verdediging voert. Het OM heeft geen zaak, en Hopkins weet waarom. Dat wij er ook achter komen, maar langzaam, is deel van het plezier. De grootste lol zit in het kijken naar Hopkins; hij doet een Hannibal die geen Hannibal is. Dokter Lecter is zodanig aanwezig dat Hopkins en zijn personage er eigenlijk achter schuil gaat. Een beetje driedubbel, al met al.
Typecasting is een gevaar en een zegen in film. Connery slaagde er in Bond van zich af te schudden, gewoon door ouder te worden en een goed acteur te blijken. Roger Moore is nooit meer iets anders geweest dan Bond. Henry Fonda schoot bij Sergio Leone opeens een kind dood. Met zijn goeie gedrag en zijn blauwe ogen. Dat kan toch helemaal niet!
Acteren is in film heel subtiel, want de achterkant van de zaal krijgt het heus wel mee zonder dat je een keel opzet. De beste acteurs in film doen daarom bitter weinig en zijn juist daar verschrikkelijk goed in. Aanwezigheid. Het grappige effect is dat sommige regisseurs om die reden zelfs afzien van het gebruik van acteurs. In de mooiste film ooit gemaakt spelen de inwoners van de streek rond Bergamo gewoon zichzelf. Maar dat vertel ik nog wel eens.

Labels:

zaterdag, december 08, 2007

Wolfsburg

De man in de klassieke NSU Ro 80 (met wankelmotor) telefoneert met zijn vriendin. Het is gedoe, gescheld en getier. Zij hangt boos op. Hij flikkert de telefoon terug in de houder, maar het ding valt op de grond. Het kost enige moeite de telefoon op te rapen. Terwijl het lukt rijdt de man terloops een jongetje van een jaar of tien van zijn fiets. De provinciale weg waar de auto staat en de fiets ligt is totaal verlaten. Op het asfalt ligt een jongetje. Zijn ogen zijn open, maar dat kan de man niet zien. De man aarzelt. En de man rijdt door.
'Wolfsburg' van de Duitse regisseur Christian Petzold gebruikt geen woord teveel. Het is het soort film waarin we de interne monologen bijna kunnen horen. Wat gezegd wordt is maar een fragment van wat er omgaat in al die hoofden, en wij kijken dwars door de hoofden heen. Wat er gebeurt is interessant en spannend, en tegelijkertijd doet het er niet toe dat het spannend is. Een bijna zwijgende film, zwijgend en buitengewoon welsprekend. Ging dat zien.

Labels:

woensdag, december 05, 2007

Kruispunt van niks


En nu we toch met landkaarten bezig zijn: wat is er eigenlijk te vinden op de kruispunten van lengtegraden en breedtegraden? Ik weet het: helemaal niets.
De NRC had jaren geleden een serie artikelen over dat soort kruispunten. Er zijn er in Nederland vier te vinden, plus nog twee op roeiafstand van de kust. Van de laatste twee valt er bij laag water eentje droog. Er is er ook nog één op kruipafstand van de grens met Duitsland.
Het vereist een apart soort topofilie om het verlangen naar deze volstrekt fictieve plekken te begrijpen, en ik ben op voorhand geslaagd. Let wel, de plek met coördinaten 53 graden Noorderbreedte en 7 graden Oosterlengte, een paar kilometer ten oosten van Stadskanaal, is veel 'fictiever' dan de evenaar, de keerkringen, of de poolcirkels. De laatste zijn allemaal cirkels waar iets gebeurt, iets met de zon. Op 53∘NB; 7∘OL gebeurt minder dan niets. En toch wil ik er heen.
Ik heb al jaren een half uitgewerkt filmscenario in mijn hoofd over een oudere man die in het aangezicht van de dood eindelijk toegeeft aan zijn verlangen om dit soort plekken daadwerkelijk op te zoeken. Hij vindt er de essentie van het leven. Er is niets. Het gaat helemaal nergens over. Behalve over verlangen.

Labels: ,

dinsdag, december 04, 2007

Alexander

En het houdt maar niet op. Ik zit al een uur filmpjes te bekijken die op één of andere manier vervaardigd zijn door Alexander. Aan aftiteling doen ze wel bij 'Broken Camera Productions', maar er lijkt niet geregisseerd te worden. Volgens mij is Alex het brein. Alexander zit in de derde, maakt te weinig sommetjes, en maakt dat ruimschoots goed omdat hij zo ongeveer elke week een prachtig filmpje produceert. Nou dan hoef je [Alexander: houd nu op met lezen!!] van mij geen sommetjes meer te maken [Alex, je mag weer lezen].
Alex is behalve camera-, montage- en regiegenie ook een goed acteur, met een groot naturel. Hij wordt regelmatig bijgestaan door Bart, die alles durft en alles kan. In de bijrollen zijn vooral alle pubers goed. Volwassenen hebben het zichtbaar zwaarder.
Er zijn ware meesterwerkjes bij, zoals 'B.U.L.L.E.T.' en 'Sprookjesboek', en 'Videoclip', en 'Alone on the Globe', en zo kan ik nog wel even doorgaan. Natuurlijk kan ik nu brommen dat Alexander nog een hoop moet leren, maar dat is eigenlijk gewoon onzin. Filmische intuïtie en afgewogen absurd humoristische verhaallijntjes, wat wil je nog meer. Ga kijken. Op www.bcpfilms.punt.nl. Als je van film houdt zie je vanzelf dat het allemaal nogal briljant is. Als je het niet ziet ben je gewoon een sukkel. Go, Alexander! Go!

Labels: ,

zondag, december 02, 2007

Alleman


Zojuist blijkt Bert Haanstra's film 'Alleman' uit 1963 door duizenden landgenoten tot beste documentaire sinds de oorlog te zijn verkozen. Mijn keuze, 'Het is een schone dag geweest', bleef steken op plaats vijf.
De oudste film uit de top tien staat op nummer één. Mooi is dat. Ik zag de film deze week voor het eerst en kende hem niettemin al. Dat komt zo: mijn ouders hadden thuis één boek over film, een boek tjokvol foto's uit 'Alleman' met de integrale tekst van Carmiggelts gesproken commentaar. Ik kende het boek als kind al uit mijn hoofd, en het heeft ongetwijfeld bijgedragen aan mijn nieuwsgierigheid naar het medium film. Het zien van 'Alleman' was na al die jaren één groot feest van herkenning.
Zo'n boek is leuk, maar in de vloeibare film blijkt natuurlijk pas waar Haanstra's meesterschap lag: in het onberispelijke ritme. Terwijl ik er naar zat te kijken bedacht ik dat ik in mijn eigen bescheiden filmpjes precies hetzelfde probeer te bereiken: het perfecte ritme. De montage van 'Alleman' moet eindeloos lang hebben geduurd.
Maar er is nog een voorname reden waarom de film de tand des tijds heeft doorstaan. 'Alleman' is ironisch, niet alleen in het commentaar van Carmiggelt, maar ook in de montage. En ironie maakt tijdloos.

Labels:

vrijdag, november 30, 2007

Het is een schone dag geweest


Ik zoek al een week naar een manier om adequaat te beschrijven wat er nou precies gebeurt in het voorlaatste shot van 'Het is een schone dag geweest.'

Rustig Blaakmeer, begin bij het begin.
In 1993 maakte Jos de Putter een documentaire over het boerenbedrijf van zijn vader. Het Zeeuwse bedrijf gaat zijn laatste jaar in. Vader de Putter gaat met pensioen, en hij heeft geen opvolger. Op de boerderij gebeurt alles voor het laatst. Het laatste graan gaat door de handen van de boer, en uiteindelijk worden de koeien verkocht. "Wat betekent het nou voor jou persoonlijk?" vraagt de filmmakende zoon. Vader denkt een volle minuut na over de vraag, en zegt dan: "Wat bedoel je met persoonlijk?" Kortom: het beeld moet het doen.

En het beeld doet het. In het voorlaatste shot zitten we op de achterbank van een auto. De vrouw van de boer, de moeder van Jos, rijdt over kleine Zeeuwse weggetjes. Uiteindelijk slaat ze linksaf een pad op en stopt. Door de voorruit zien we een tractor op het pad staan. Uit de tractor komt een figuurtje te voorschijn dat naar de auto toeloopt. Het is De Putter. Hij stapt in en vraagt: "Heb je mijn eten?" De boerin bromt en geeft hem een in zilverpapier verpakt pakket. Men zwijgt. Men eet. Buiten de auto schemert het land, een beetje vaag vanwege de nevel. "Het is mistig" zegt de boerin. "Ja" zegt de boer, "maar niet heel erg."
En inderdaad, het is mistig, maar niet heel erg. We zitten binnen en kijken naar buiten. Het is een beetje mistig, dus het waait niet. Bovendien: we zitten binnen. En toch zijn we buiten, op één of andere manier. We zijn in het land. En we zijn beschut. Het is hemeltergend mooi. Waarom eigenlijk?

Labels:

zondag, november 25, 2007

Zidane, un portrait du 21e siècle


De onvolprezen videotheek om de hoek bleek tot mijn verrassing een door Artificial Eye uitgegeven dvd van 'Zidane, un portrait du 21e siècle' te bezitten. Hulde. Er zitten verschillende vreemde paradoxen in deze film over Zinedine Zidane. De aanvaller van Real Madrid wordt een wedstrijd lang gevolgd door verschillende filmcamera's, vaak in extreme close-up van hoofd en voeten.

De mooiste paradox is dat de beste voetballer van het afgelopen decennium ook één van de saaiste lijkt te zijn: het gebeeldhouwde hoofd verraadt nauwelijks emotie. Een tegendoelpunt doet hem al even weinig als een schitterende assist van zijn eigen voet. Aan het slot slaan ergens in het hoofd wat stoppen door, en rest hem slechts de schaamtevolle voortijdige aftocht. En ook dat laat hem koud.

De meest opvallende paradox heeft met het medium te maken: we kijken naar een film die af en toe wordt onderbroken door televisiebeelden. Die tv-beelden zijn meestal zodanig opgeblazen dat we in de pixels nauwelijks iets herkennen. Het contrast met de haarscherpe close-ups in film vertelt twee dingen: Film is een veel beter realisme dan televisie, en film is een veel betere kunst dan televisie. Totdat er iets gebeurt in de wedstrijd. Dan maakt de film opeens noodgewongen gebruik van het normale televisiebeeld, zodat we kunnen zien wat er nu eigenlijk aan de hand is op het veld.
Alsof je op de tribune zit en al verlangt naar de samenvatting op tv: kijken wat daar nu echt gebeurde. Het medium is misschien niet de boodschap, maar vormt wel degelijk de waarneming. En dan blijkt film erg ongeschikt voor voetbal. En buitengewoon geschikt voor de raadselachtige kop van de voetballer.

Labels:

donderdag, november 15, 2007

Colloquio con la madre


Aan het eind van de film 'Kaos', het meesterwerk van de gebroeders Taviani, gaat de schrijver Luigi Pirandello terug naar zijn geboortegrond op Sicilië. Hij is er sinds de dood van zijn moeder niet meer geweest. Op het station wordt hij opgewacht door een man die we eerder in de film gezien hebben als personage in een verhaal van Pirandello. "Ken je me nog Luigi?" vraagt de man, en Pirandello antwoordt bevestigend op een manier die niets aan duidelijkheid te wensen overlaat: hij heeft geen flauw idee. De open koets passeert locaties uit de verhalen die we eerder zagen. Pirandello vraagt zich af wat er aan de hand is. Er is iets aan de hand. Als de koetsier hem afzet bij het ouderlijk huis en wegrijdt herkent de schrijver zijn personage.
Het huis dat hij betreedt is al een tijd verlaten, want als hij een raam opent springt een tak met sinaasappels de kamer in. Pirandello ontmoet er zijn dode moeder. Zij heeft hem geroepen. Ze vertelt op zijn verzoek nog één keer het verhaal van de vlucht over zee naar Malta toen ze nog een meisje was. Onderweg, op de vlucht, leggen ze met hun kleine schip aan bij een puimsteeneiland. De kinderen klimmen omhoog over de witte helling die vanaf het strand oprijst, draaien zich om, spreiden hun armen, en rennen naar beneden de heuvel af, de camera boven achterlatend. Terwijl de kinderen verdwijnen als stipjes in de azuurblauwe zee klinkt eindelijk de aria die al zo vaak was ingezet: 'L'ho perduta' uit Mozart's "Le nozze di Figaro'. Het is een beeld dat de film samenvat, en elk woord dat je er over zegt is teveel. Het is een verbluffend beeld, een blij beeld, een ontroerend beeld. Het is waarschijnlijk het mooiste filmbeeld dat er is.

Labels:

donderdag, november 08, 2007

Pialat


Al eerder schreef ik over 'Van Gogh', één van de meesterwerken van Maurice Pialat. Ik heb de film herzien. Dat zouden meer mensen moeten doen: eerst zien, dan herzien.
Pialat overleed in 2003, op 78-jarige leeftijd. Je had het gevoel dat hij veel jonger was en voortijdig stierf. Zijn films waren jong én zeer doorleefd. De laatste, 'Le Garçu', zagen we in Leeuwarden tijdens het Fries Filmfestival. Er zaten ongeveer vijftien mensen. Bij het verlaten van de zaal kon je stemmen. Toen de uitslag bekend werd gemaakt bleek dat 'Le Garçu' twee tienen had gekregen en verder alleen onvoldoendes. Niets mooier dan een groot privé-gelijk 'à deux'.
In 'Van Gogh' zijn de eerste twee uur behalve een verrukkelijke evocatie van een landleven met lastige schilder vooral voorbereiding op het sublieme laatste half uur. De toch al elliptische stijl wordt steeds gefragmenteerder. De schilder gaat dood. Er worden rekeningen betaald, een vrouw schreeuwt het uit als ze haar voet bezeert, het meisje hult zich in zwart. "Kende je Van Gogh" vraagt een nieuwe schilder. Het meisje kijkt bijna recht in de camera, doet haar voile omhoog, en zegt: "Ja, hij was mijn vriend." En in het zwart dat volgt, met muziek, is de film voor het eerst sentimenteel. En afgelopen.

Labels:

vrijdag, oktober 12, 2007

Lacombe Lucien

De beroemdste film van Louis Malle is zijn debuut 'Ascenseur pour l'échafaud', met muziek van Miles Davis. De muziek is groots, maar de film valt een beetje tegen. Goed hoor, heel aardig, maar je kunt het ook overdrijven. In het filmpantheon wonen nogal wat Franse goden, maar Malle hoort er niet echt bij. Vooruit: een kwartgodje, vanwege 'Au revoir, les enfants'.
Maar vandaag! Vandaag zag ik 'Lacombe Lucien', uit 1974. De film is weerbarstig als het leven. En menselijk al te menselijk, zodanig dat de Fransen het jaren lang niet wilden slikken vanwege de relativering van het werk van de maquis, het verzet in de Tweede Wereldoorlog. Een jongeman, bijna een puber nog, wordt vanwege zijn leeftijd afgewezen voor het verzet, en raakt bij toeval verwikkeld in de collaboratie met de Duitse bezetter. Zijn zucht naar avontuur blijkt moreel neutraal. Geen verzet en wel collaboratie? Ook goed, als het maar spannend is. Aan het eind doet hij het goede, maar dat wordt niet beloond.
Het laatste kwartier van de film haalt een niveau dat je met droge ogen kunt vergelijken met de belangrijkste films van Jean Renoir. Of met Bresson. Als het ernstig is en luchtig tegelijk, als je het gevoel hebt dat de eerste take steeds de goede was, of dat de camera eigenlijk niet bestaat, als je het gevoel hebt dat je volstrekt serieus wordt genomen als toeschouwer, dat die personages echt bestaan, tja, dan heb je wel een gevalletje film te pakken. Louis Malle. Halfgod dan maar?

Labels:

donderdag, september 27, 2007

La tourneuse de pages


Kil en broeierig, gaat dat samen? In 'La tourneuse de pages' wel. Kil is misschien ook niet het goede woord. Het meisje op de foto is als tien-jarige afgewezen voor het conservatorium. Dat was de schuld, vond ze, van de beroemde concertpianiste die in de jury zat. Tien jaar later wordt het ijskoude gerecht dat wraak heet langzaam en buitengewoon effectief geserveerd.
Er wordt in deze psychologische thriller in de traditie van Claude Chabrol eigenlijk niet gepsychologiseerd. We krijgen geen verklaringen voor gedrag, we zien gedrag. Misschien is het meest frappante van 'Tourneuse' wel dat het onrecht dat gewroken wordt eigenlijk niets voorstelt. En zoals het hoort: bijna alles wat we menen te weten is vermoeden. Zo gaat dat met kijken naar gedrag.
'Tourneuse' is een stil, sober, maar tevens ragfijn portret van twee vrouwen en hun kwetsbaarheid. En het is een thriller, heel langzaam, heel precies. De film staat van begin tot eind onder spanning. Hoe was het ook alweer? 'Suspense' is het uitstellen van dat wat wordt verwacht. 'Tourneuse' is Hitchcock op zijn best. Of beter.

Labels:

dinsdag, september 25, 2007

Nattvardsgästerna


Er is geen andere film te bedenken waarover zo'n mooi boek geschreven is dan Ingmar Bergman's "De Avondmaalsgasten". En er is ook nauwelijks een mooiere film te bedenken. Het boek is van Vilgot Sjöman en heet 'L136. Dagboek met Ingmar Bergman.' Sjöman beschrijft de film van het eerste idee tot de laatste recensie. We passeren de honderden keuzes die gemaakt worden tijdens het schrijven van het script, de opnames en de montage.
Ik las het boek jaren voor ik de kans had de film te zien. De film werd daardoor een groot geheim verlangen. Toen ik 'De Avondmaalsgasten' eindelijk zag viel de film scène voor scène nauwkeurig op de plaats die al jaren lag te wachten, en daarmee is alles gezegd. Gisteravond zag ik hem terug. Drie uur in het getroubleerde leven van een Zweedse dominee gevangen in nauwelijks negentig minuten sombere sobere en daardoor buitengewoon trefzekere film. Na al die jaren nog steeds helemaal waar. Ik ben maar weer aan dat boek begonnen.

Labels:

woensdag, augustus 15, 2007

Written on the wind


Aan het eind van Douglas Sirks melodrama 'Written on the wind' (1956) blijft Dorothy Malone eenzaam, rijk en verweesd achter. Ze zou haar rijkdom graag inruilen voor een bescheiden leven met Rock Hudson, maar die is er met Lauren Bacall vandoor. Het beeld van Malone achter het bureau is een nauwkeurige kopie van het schilderij van haar vader dat achter haar aan de muur hangt. De olierijkdom heeft ook hem geen geluk gebracht, en in retrospect is het kader dat hem inlijst een gevangenis. In de scènes die leiden tot het onvermijdelijke dramatische slot laat Sirk zijn personages meermalen op soortgelijke wijze inkaderen, in een lijst binnen de lijst waaruit geen ontsnappen mogelijk is. Alles in deze film is symbolisch, de nauwkeurige plaatsing van de personages in het beeld, de betekenisvolle kleuren die gaan werken als code voor de verschuivende verhoudingen, en natuurlijk het winderige weer. Zoals mijn vriend Jacob me lang geleden schreef: "Nu weet ik weer hoe een film gemaakt wordt: met een windmachine." Sirk heeft alles onder controle en er gebeurt niets voor niets. Logisch dat je het model van de boortoren dat Dorothy Malone vertwijfeld betast onmiddellijk Freudiaans gaat duiden: Rijkdom is een vervelend substituut voor sex.
Sirk maakte vele melodrama's. De beste is 'All that heaven allows', een klassiek melodrama dat draait om een vrouw als hoofdpersoon. 'Written on the wind' is een vreemde eend in melodrama-land, omdat de film gaat over de man als slachtoffer. Laten we de prijs voor de beste film van Sirk dan ook maar ex aequo maken: 'Written on the wind' is Hollywood op zijn best.

Labels:

dinsdag, juli 31, 2007

Michelangelo Antonioni


Het moet niet veel gekker worden! Kwam gisteren het bericht dat Ingmar Bergman op maandagochtend is overleden, zojuist werd gemeld dat Michelangelo Antonioni maandagavond stierf. Hoeveel echt grote filmregisseurs kan je noemen? Een stuk of tien, meer niet. Hoe groot is de kans dat twee ervan op dezelfde dag overlijden? Ja, twee keer zo groot als de kans dat ze dat op twee verschillende maar specifieke dagen doen. En toch lijkt het of de duvel er mee speelt.
Antonioni is het mooist omschreven als de regisseur van films "waarbij je hersenen als kroketten uit je oren stulpen." Zijn enigmatische en dus niet te klassificeren drama's bepaalden het filmlandschap van de jaren zestig en zeventig. Antonioni is een genre op zich. Net als Bergman is hij het beroemdst geworden door een trilogie (L'Avventura, La Notte, L'Eclisse), waarvan vooral de eerste nog steeds tot de grote klassiekers gerekend wordt. Antonioni is vooral een filmer van ruimte, die in veel films meer dan als decor gaat functioneren als het eigenlijke personage. Onbegrijpelijk mooi. Antonioni is dood. De jaren zeventig zijn voorgoed voorbij.

Labels:

maandag, juli 30, 2007

Ingmar Bergman

Ingmar Bergman is dood. Zijn status als één van de grootste filmregisseurs ooit is de laatste decennia wat verbleekt, en dat is geheel ten onrechte. In Frankrijk en Italië, filmlanden van formaat, was hij nooit erg geliefd; noordelijk, kil, cerebraal, protestants. In Nederland ging dat al een stuk beter, al kwam de waardering uit een voor cinefielen wat verdachte hoek: vraag 100 dominees van 60+ om de naam van een filmregisseur te noemen, en er komt 99 keer Bergman uit. In de jaren zestig worstelde Bergman ouderwets met God. In de jaren zeventig ging het vooral om relatieproblematiek en de leegte van het moderne leven. Ik denk dat de oudere films de langste adem zullen hebben, niet zozeer vanwege de religieuze thematiek, al zou dat op zich best kunnen, maar omdat Bergman in de beroemde trilogie (Als in een donkere spiegel, De avondmaalsgasten, De grote stilte) een soort kamermuziek voor film schreef. Film van grote zuiverheid, waaraan elke opsmuk ontbreekt. Er is geen God. God hebbe zijn ziel.

Labels:

zaterdag, juli 07, 2007

Pialat's 'Van Gogh'


André belt. Hij staat in de Aldi van Veendam naast een bak met dvd's. In de bak ligt naast wat films van Ozon een tweetal dvd's van Maurice Pialat's film 'Van Gogh'. Voor nog geen zeven euri. Of hij die moet kopen? Mijn hart maakt een sprongetje en ik begin tegen Andre te raaskallen. Wat ik bedoel is: "heel erg ja! Alletwee! Eén voor jou en één voor mij."
Ik heb 'Van Gogh' twee keer gezien, in de jaren negentig. Ik herinner me het hoofd van Jacques Dutronc in de titelrol en verder alleen dat dit een fabelachtig goede film is. En dat het tijdschrift 'Skrien' er uitgebreid aandacht aan besteedde. In de derde houten Ikea-tijdschriftenbak (organisatie!) vind ik het Skrien-nummer van oktober 1992.
Skrien was in de jaren tachtig en negentig een prachtig tijdschrift, besmet door het virus van de semiotische theorie maar met aanstekelijk enthousiasme voor precies de juiste films. Maar liefst drie artikelen werden gewijd aan Pialat's film. In de eerste plaatst Michel Hommel 'Van Gogh' binnen, of eigenlijk buiten, het genre 'Van Gogh-film'. Pialat is de enige die de schilder als mens afbeeldt, bij vlagen zelfs als "vervelende klootzak" en "pathologische dwarsligger". Alle clichés ontbreken ("Het zal Pialat worst wezen of Van Gogh nu wel of niet een genie was") en 'Van Gogh' is daarmee volgens Hommel "de ultieme Van Gogh-film, en het einde van een genre."
In het tweede artikel vergelijkt Mart Dominicus de film met een impressionistisch schilderij, waarin fragmentarische scėnes uiteindelijk een geheel vormen dat vooral sfeer heeft. De afwezigheid van een stuwende vertelling maakt het juist mogelijk de schilder als een fysiek en nuchter mens neer te zetten, een mens bovendien met een omgeving die helemaal niet gericht is op de beroemdheid in haar midden. Als Van Gogh sterft gaat de omgeving dan ook gewoon door, alsof er niets gebeurd is: "Er is amper verdriet - het wordt althans niet geuit. Plots, tijdens de werkzaamheden, laat de patron per ongeluk een houten luik op de voet van zijn vrouw vallen. Ze schreeuwt het uit .... Je laat de bekendste schilder ter wereld bijna terloops sterven, maar janken laat je ze pas als iets echt pijn doet."
Wie in een film over Vincent van Gogh vooral clichés wil zien zal in het citaat terecht een aansporing lezen om Pialat's film te mijden. Wie een zeldzaam voorbeeld van film op zijn best wil zien weet waar hij naar toe moet. De Aldi in Veendam. Misschien hebben ze achter nog een paar liggen.

Labels:

donderdag, juli 05, 2007

Wenders

'Don't come knocking', de laatste film van Wim Wenders, begint zo knullig dat je bij een onbekende regisseur onmiddellijk iets beters zou gaan bekijken, Lingo of zo. Maar het is Wenders.
Er is een handjevol regisseurs dat overal mee wegkomt, omdat ze, hoe knullig ook, zo verschrikkelijk persoonlijk zijn. John Cassavetes was er zoeen, het geldt op een wat gemene manier ook voor Lars von Trier, en misschien zelfs voor Woody Allen. En het geldt zeker voor Wim Wenders. Wenders maakte één onberispelijk meesterwerk, Der Himmel über Berlin, en verder een hele hoop ontzettend aardige en hoogst persoonlijke films (zie mijn blogjes van 26/11/2006 en 04/01/2007). Het gevolg is dat je naar een nogal matige film als 'Don't come knocking' toch met plezier zit te kijken. Het verhaaltje gaat nergens over en glijdt niettemin alle kanten op. Kortom: laat maar, we geloven het wel. Maar we geloven het wel.

Labels:

maandag, juli 02, 2007

Heimat

De videotheek aan de Vlierboomstraat heeft sinds een maand of wat een prachtige en alsmaar groeiende collectie 'Filmhuis'. Dat het toppunt in dvd-land, de 'Criterion Collection', vooralsnog ontbreekt zij ze vergeven; je hebt er een regiocodevrije dvd-speler voor nodig en Nederlandse ondertiteling ontbreekt. Daar zit waarschijnlijk weinig brood in. Bovendien wordt alles goedgemaakt door de aanwezigheid van de volledige serie 'Heimat'. De door Edgar Reisz geregisseerde familiekroniek vertelt de Duitse geschiedenis vanaf 1918 tot nu aan de hand van de gebeurtenissen in het fictieve dorp Schabach. Vanavond herzagen we de eerste aflevering.
Simon's Paul keert te voet terug uit de oorlog. Drie dagen heeft hij gelopen. Als hij zwijgend door het dorp wandelt wordt achter de ramen naar hem gekeken. "Is dat nit der Simons Paul?' Paul nadert de smederij van zijn vader, die druk bezig is met het vervaardigen van een ijzeren band voor een wagenwiel, en kijkt door het raampje naar binnen. Vader loopt naar buiten om de band om het wiel te leggen. Paul loopt naar hem toe en pakt een grote moker. Vader houdt een moment stil, kijkt even naar Paul, en legt de band om de as van het wiel. Zonder dat er een woord gesproken wordt slaan ze het ding samen vast. Vader tilt de wagen op zodat Paul het wiel er aan kan bevestigen, zegt: "Der Wagen gehört dem Legrands Kath. Und dem sei Helmut ist am Weichselboge gefallen", en loopt naar binnen, de details van de montage aan Paul overlatend. Als Paul klaar is volgt hij zijn vader naar binnen en helpt hem met een nieuw smeedwerkje. Als het af is kijkt vader op en zegt: "Gott sei dank!". Nu komt moeder uit het belendende huis naar buiten, ziet Paul, zegt "Der Paul ist wieder da", en begint te lachen. Paul loopt op haar af. Er volgt een soort omhelzing, maar voordat moeder hem mee naar binnen kan nemen zegt Paul: "Mutter, wart mal'n Moment" en loopt naar de mesthoop om te plassen. Moeder kijkt vader aan en lacht. Vader lacht terug.
Om te janken van blijdschap en ontroering. En dat is nog maar het begin. '24', 'Lost', 'Prison Break', het is allemaal heel goed en zeer onderhoudend, maar Reisz' 'Heimat' is een wonder. De serie is de perfecte combinatie van epiek en lyriek. Zonder enige overdrijving: 'Heimat' is één van de grootste kunstwerken van de twintigste eeuw.

Labels:

zondag, juli 01, 2007

Flags of our fathers

Clint Eastwood is al jaren een buitengewoon serieuze filmmaker. Met 'Flags of our fathers' is hij een beetje te serieus geworden, voor Amerikaanse begrippen tenminste. Zijn oorlogsfilm over de verovering van Iwo Jima is helemaal geen oorlogsfilm en daardoor misschien de ultieme oorlogsfilm.
Ontdoe de oorlog van haar mythen en er blijft alleen sobere ellende over. Vaderland, heldendom, moed, trouw, kameraadschap, van al die dingen resteert aan het eind niet eens de kameraadschap. Wat rest is een icoon in de vorm van een toevallige foto. Het icoon, de foto van de vlag, projecteert alle mythen door groter te zijn dan de gebeurtenis zelf. Het icoon is een leugen.
'Flags' is een ontoegankelijke film en dat maakt hem zeer zeer goed. Een wereld op zich, niet gemaakt om ons te vermaken of te beleren. Een film die je nooit gezien hebt.

Labels: